In deze preek over Romeinen 9:14-18 wordt stilgestaan bij de absolute rechtvaardigheid en soevereiniteit van God in het schenken van Zijn genade en het uitvoeren van Zijn oordeel. Paulus weerlegt de menselijke tegenwerping dat God onrechtvaardig zou handelen door te laten zien dat barmhartigheid een onverdiende gunst is die bij God Zelf haar oorsprong vindt, en dat menselijke wil noch inspanning daar de grond van vormt. Zowel Gods bewijzen van ontferming als Zijn soevereine handelen in verharding dienen uiteindelijk om Zijn macht en Naam over de gehele aarde openbaar te maken.
Kernpunten van de preek
- Gods rechtvaardigheid wordt niet afgemeten aan menselijke maatstaven van eerlijkheid, maar vloeit voort uit Zijn eigen volmaakte en heilige karakter.
- Barmhartigheid is geen menselijk recht of verschuldigd loon, waardoor God niet onrechtvaardig handelt wanneer Hij vrij is in het verlenen of onthouden van Zijn genade.
- Wie de belofte ontvangt ligt uitsluitend in Gods soevereine ontferming, en niet in menselijke wil of inspanning.
- Gods soevereine verharding van de mens heft wiens eigen verantwoordelijkheid en schuld voor de opstand tegen God niet op.
- Menselijke ongehoorzaamheid en verzet kunnen Gods raadsbesluit en het bekendmaken van Zijn macht en Naam over de aarde niet verhinderen.
Geciteerde Schriftgedeelten
Romeinen 9:14-18 | Romeinen 8:29-30 | Romeinen 3:5-6 | Romeinen 6:1-2 | Romeinen 7:7 | Exodus 33:19 | Exodus 19 | Exodus 20 | Exodus 32 | Exodus 33 | Romeinen 3:27 | Romeinen 4:4-5 | 1 Korinthe 1:28-31 | Efeze 2:8-10 | Deuteronomium 7:7-8 | Deuteronomium 9:4-6 | Exodus 9:13-16 | Exodus 1 | Exodus 5:2 | Jozua 2:10-11 | Exodus 4:21 | Exodus 7:3 | Ezechiël 18:23 | Romeinen 9:19 | Psalm 103:10-11 | Prediker 8:11 | Hebreeën 3:7-8