In deze preek over Romeinen 8:35-39 wordt stilgestaan bij de laatste hoofdvraag waarmee Paulus de onwankelbaarheid van Gods heilsplan bevestigt: wie zal Gods kinderen scheiden van de liefde van Christus? De preek laat zien dat Paulus niet spreekt over onze liefde tot Christus, maar over Christus’ onverbrekelijke liefde voor Zijn volk. Verdrukking, vervolging, honger, gevaar en zelfs de dood kunnen de gemeenschap tussen Christus en de Zijnen niet verbreken. Door Psalm 44 te citeren maakt Paulus duidelijk dat lijden altijd al onderdeel is geweest van het leven van Gods verbondsvolk en geen bewijs vormt dat God Zijn kinderen verlaten heeft. In Christus zijn gelovigen juist midden in het lijden meer dan overwinnaars, omdat Zijn liefde, geopenbaard aan het kruis en voortgezet in Zijn voorbede en bewaring, hun behoudenis volledig verzekert. Het hoofdstuk eindigt met de allesomvattende belijdenis dat geen enkele macht in de schepping Gods kinderen kan scheiden van de liefde van God in Christus Jezus.
Kernpunten van de preek
- De liefde van Christus in Romeinen 8 is Zijn liefde tot Zijn volk, niet onze liefde tot Hem.
- Geen enkele uiterlijke omstandigheid kan de gemeenschap tussen Christus en Zijn kinderen verbreken.
- De opsomming van verdrukking tot het zwaard beschrijft de werkelijkheid van het christelijke leven in een vijandige wereld.
- Psalm 44 laat zien dat Gods volk ook tijdens trouw aan God kan lijden en vervolgd worden.
- Lijden is geen ontkenning van Gods liefde, maar behoort tot de weg van Gods kinderen in deze wereld.
- Gelovigen zijn midden in het lijden meer dan overwinnaars doordat Christus hen vasthoudt.
- De overwinning berust volledig op Christus’ volbrachte werk en Zijn liefde, geopenbaard aan het kruis.
- Paulus doorloopt de hele schepping om te laten zien dat geen enkele macht Gods liefde in Christus kan verbreken.
Geciteerde Schriftgedeelte
Romeinen 8:18 | Romeinen 8:31-39 | Romeinen 8:35-39 | Psalm 44:18-19 | Psalm 44:23 | Johannes 10:28-29 | Johannes 15:18 | Johannes 15:20 | 2 Korinthe 11 | Efeze 5:25-27