In deze preek over Romeinen 8:2-4 wordt stilgestaan bij hoe en waarom er geen verdoemenis is voor wie in Christus. De apostel Paulus leert dat de wet van de Geest van het leven een beslissende bevrijding heeft bewerkt uit de heerschappij van zonde en dood. Paulus laat zien dat de wet van Mozes krachteloos wordt gemaakt door het vlees om zonde af te doen en gehoorzaamheid voort te brengen. Daarom grijpt God soeverein in door Zijn Zoon te zenden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees, als zondoffer, en de zonde te veroordelen in het vlees. Die veroordeling valt niet op de gelovige maar op Christus, zodat de rechtvaardige eis van de wet niet terzijde wordt geschoven maar vervuld wordt in ons door het werk van de Geest. Vanuit dat fundament wordt gewaarschuwd tegen heiliging als moreel verbeterproject dat op het vlees leunt, en wordt er gewezen op Christus als bron en inhoud van zowel vrijspraak als nieuwe gehoorzaamheid.
Kernpunten van de preek
- De vrijspraak van Romeinen 8:1 wordt verklaard doordat een sterkere werkingsmacht de wetmatigheid van zonde en dood doorbreekt.
- Paulus gebruikt “wet” als heersend principe en laat zien dat de Geest een beslissende tegenmacht is die bevrijdt en leven geeft.
- De bevrijding is een afgerond feit: de gelovige is uit de heerschappij van zonde en dood gehaald en onder de heerschappij van de Geest geplaatst.
- God heeft gedaan wat wet en mens niet konden door Zijn eigen Zoon te zenden in de gelijkheid van het zondige vlees, zonder zonde.
- God heeft de zonde juridisch veroordeeld in het vlees van Christus, zodat de gelovige niet onder veroordeling valt.
- Gods verlossing heeft als doel dat de rechtvaardige eis van de wet vervuld wordt in Gods volk door het werk van de Geest.
- Heiliging die leunt op wilskracht en technieken doet een beroep op het vlees en leidt tot zelfroem of wanhoop.
Geciteerde Schriftgedeelten
Romeinen 7:24 | Romeinen 7:25 | Romeinen 8:1 | Romeinen 7:23 | Romeinen 6:18 | Romeinen 6:22 | Ezechiël 36:27 | 2 Korinthiërs 3:6 | Romeinen 7:11 | Romeinen 8:11 | Romeinen 6 | Romeinen 7:14 | Johannes 1:14 | Galaten 4:4 | Romeinen 1:3 | Filippenzen 2:7 | Hebreeën 2:14 | Hebreeën 2:17 | Hebreeën 4:15 | 1 Petrus 2:22 | 2 Korinthiërs 5:21 | 1 Petrus 3:18 | 1 Petrus 2 | Kolossenzen 2:13-15 | Jesaja 53 | Romeinen 3 | Markus 1:15 | Exodus 20:2-3 | 1 Petrus 2:21-23 | Efeze 5:25 | Efeze 5