In deze preek over Romeinen 7:21-23 wordt stilgestaan bij Paulus’ conclusie over de blijvende wetmatigheid van de zonde in de gelovige: wanneer hij het goede wil doen, is het kwade nabij. De preek legt uit dat Paulus “wet” hier gebruikt voor een dwingend principe dat met regelmaat werkzaam is in het vlees, terwijl de innerlijke mens zich juist verheugt in Gods wet. Er wordt scherp onderscheiden tussen de juridische bevrijding van de zonde en haar feitelijke aanwezigheid, en tussen slavernij aan de zonde en de strijd van een vrijgemaakte discipel.
Kernpunten van de preek
- In het leven van een gelovige blijft zonde aanwezig en nabij.
- Er is een wezenlijk onderscheid tussen vrijspraak en de blijvende werkelijkheid van strijd; de gelovige is niet onder veroordeling, maar is wel in worsteling.
- Eigen inzicht, wilskracht en voornemens dragen de overwinning niet; er is dagelijkse afhankelijkheid nodig van Christus en de kracht van de Geest.
- De strijd wordt gedragen door hoop: Christus pleit voor Zijn volk, de gemeente staat hierin niet alleen, en de voltooiing komt bij de komt wanneer de zonde niet meer nabij zal zijn.
Geciteerde Schriftgedeelten
Romeinen 7:21-23 | Romeinen 8:3-4 | Romeinen 3:27 | Jeremia 33:25 | Romeinen 6:14 | Romeinen 7:4 | Romeinen 3:13-18 | Hebreeën 12:1 | Job 15:16 | Johannes 3:19 | Romeinen 8:7 | Psalm 1:2 | Psalm 119:97 | 2 Korinthe 5:17 | 2 Korinthe 4:16 | Efeze 3:14-16 | Titus 3:5 | Kolossenzen 3:10 | Efeze 4:18 | Romeinen 12:2 | Psalm 19 | Psalm 119 | Matteüs 5:17 | 1 Johannes 2:1 | Psalm 103:14 | 1 Johannes 3:3