In deze preek over Romeinen 3:13–17 wordt stilgestaan bij de concrete uitwerking van de totale verdorvenheid van de mens in zijn spreken en handelen. Paulus toont vanuit het Oude Testament dat de zonde zichtbaar wordt in de woorden en daden van ieder mens. De keel als open graf, de tong vol bedrog, lippen met addergif en een mond vol vervloeking en bitterheid zijn allemaal uitingen van een hart dat vervreemd is van God. Vervolgens beschrijft Paulus het levenspad van de mens zonder God: een spoor van geweld, vernieling en gebrek aan ware vrede. De preek laat zien hoe deze woorden een universeel portret zijn van de gevallen mens. Alleen in Christus is er verlossing, reiniging van het hart en vernieuwing van leven, zodat de mens niet langer een werktuig van verderf is, maar wandelt in de weg van de vrede.
Kernpunten van de preek
- De zondige natuur van de wordt mens zichtbaar in zijn spreken en handelen.
- Het spreken van de mens is verworden tot een bron van bedrog, vervloeking en bitterheid.
- De daden van de mens onder de zonde leiden tot vernieling, ellende en een onbekendheid met de weg van de vrede.
- De mens is niet slechts geneigd tot kwaad, maar leeft in vijandschap tegen God en zijn naaste.
- Het Evangelie is de enige hoop: Christus bevrijdt van de macht van de zonde en vernieuwt het hart.
Geciteerde Schriftgedeelten
Romeinen 3:13-17 | Psalm 5:10 | Psalm 10:7 | Psalm 140:4 | Spreuken 6:16-17 | Jeremia 9:3-5 | Mattheüs 15:17-19 | Johannes 8:44 | Jakobus 3:6-8 | Jesaja 59:7-8 | Spreuken 1:15-16 | Jesaja 57:21 | 2 Korinthe 11:13-15 | 2 Petrus 2:19 | Hebreeën 12:15 | Jeremia 17:9 | Genesis 4:8 | Jesaja 53:6 | Romeinen 5:8 | Kolossenzen 1:13 | Romeinen 3:25