In deze preek over 1 Petrus 1:10-12 wordt stilgestaan bij de rijkdom en diepte van de zaligmaking die God heeft gegeven in Christus. Petrus wijst op het unieke voorrecht van gelovigen om te mogen leven ná de komst van de Messias, Die al door de profeten werd aangekondigd en naar Wie zij speurden. De genade die ons ten deel is gevallen is zo bijzonder, dat zelfs engelen begerig zijn zich hierin te verdiepen. In contrast met een oppervlakkige en vereenvoudigde evangelieboodschap benadrukt de preek dat onze redding geworteld is in Gods eeuwig plan, gegrond in profetie, geopenbaard in het lijden en de verheerlijking van Christus, en vastgelegd in het onfeilbare Woord. Dit alles roept op tot verwondering, toewijding en geestelijke vastheid, juist in tijden van lijden.
Kernpunten van de preek
- Onze zaligmaking is geworteld in Gods genade en geopenbaard in de geschiedenis.
- Christus’ lijden en verheerlijking vormen het hart van het evangelie.
- De profeten profeteerden niet zomaar, maar zochten en speurden naar de betekenis van het heil dat nu aan ons is geopenbaard.
- Zelfs engelen verlangen te begrijpen wat wij in Christus hebben ontvangen.
- Gods genade werd al geopenbaard in het Oude Testament en is tot in detail vervuld in het lijden, sterven en de verheerlijking van Jezus Christus.
- Door te zien op Christus, de Leidsman en Voleinder van het geloof, leren wij de wedloop te lopen met volharding en hoop, tot Zijn eer.
Geciteerde Schriftgedeelten
1 Petrus 1:10-12 | Jesaja 53 | Handelingen 8:29-35 | Lukas 24:25-27 | 2 Petrus 1:16-19 | Romeinen 15:4 | Filippenzen 2:5-11 | Handelingen 17:1-3 | Genesis 3:15 | Hebreeën 12:1-2