De absolute exclusiviteit van Jezus Christus en Zijn kruis

En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden.

Het volgen van de Heere Jezus Christus is de radicale heroriëntatie van het hele leven en denken onder Zijn exclusieve autoriteit. Deze onderwerping aan Zijn heerschappij brengt een wereldbeeld voort dat zich principieel afsluit voor vermenging met seculiere filosofie, psychologie of andere religies. Het presenteert de waarheid van Christus als het ene, absolute fundament voor alle kennis en moraal. Zijn claim is zo totaal dat het elk ander denksysteem, moreel, filosofisch, religieus en cultureel, beoordeelt en aan Zich onderwerpt. De exclusiviteit van Christus functioneert als het fundament dat de grond onder elk ander bouwwerk wegneemt en oproept tot de bouw op Hem alleen.

De unieke Persoon en positie van Christus

Deze absolute claim op ons denken en leven is niet willekeurig. Het vindt haar oorsprong en rechtvaardiging uitsluitend in de Persoon van de Heere Jezus Christus Zelf. De reden waarom het christelijk wereldbeeld geen andere wereldbeelden naast zich duldt, is omdat Christus geen andere goden, leraren of profeten naast Zich duldt. De Schrift openbaart Zijn identiteit op een wijze die elke vergelijking uitsluit.

De apostel Paulus beschrijft Hem in Kolossenzen 1:15 als “het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping“. ‘Beeld’ betekent hier de perfecte, zichtbare openbaring van het wezen van de onzichtbare God. ‘Eerstgeborene’ is geen aanduiding van Zijn oorsprong, maar van Zijn soevereine rang. Hij is de Heerser en Erfgenaam van de hele schepping, want, zo vervolgt Paulus, in verzen 16 en 17 “door Hem zijn alle dingen geschapen… en alle dingen bestaan tezamen door Hem“. Johannes bevestigt dit: 

Alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder dit Woord is geen ding gemaakt dat gemaakt is.

Christus staat dus niet in de schepping; Hij is de Schepper en Onderhouder ervan. Zijn autoriteit is inherent aan Zijn wezen.

Aan deze superioriteit voegt de Schrift Zijn unieke, verlossende waardigheid toe. In Openbaring 5 zoekt de hele hemel naar iemand die waardig is om Gods raadsplan te ontvouwen, maar “niemand in de hemel, noch op de aarde” wordt gevonden. Dan verschijnt het Lam, staande als geslacht, dat als Enige waardig wordt verklaard. Waarom? Openbaring 5:9 leert: “U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed”. Zijn unieke recht om te heersen is niet alleen gebaseerd op Zijn scheppingsmacht, maar ook op Zijn verlossingswerk.

Hieruit volgt dat Christus in een categorie van Zichzelf staat. Hij is geen onderdeel van een religieuze zoektocht, maar het einde ervan. Hij is de eeuwige, vleesgeworden Zoon van God, de Schepper die Zelf schepsel werd om de schepping te verlossen. Daarom kan geen mens, geen ideologie, geen religie en geen filosofie naast Hem staan. Elke poging daartoe is een ontkenning van wie Hij is.

Valse vergelijkingen en de unieke realiteit

De hedendaagse, relativerende geest is voortdurend op zoek naar overeenkomsten, in een poging om Christus een respectabele plaats te geven in het pantheon van menselijke wijsheid. Men wijst op de compassie van Boeddha, de ethiek van Socrates, de devotie voor Krishna of de innerlijke rust van de Stoïcijnen en stelt vast: “Zie je, de kern is overal hetzelfde.” Deze vergelijkingen zijn echter niet alleen oppervlakkig; ze zijn fundamenteel misleidend. Ze negeren het unieke kader waarbinnen en waaruit Christus spreekt, een kader dat zelf de realiteit definieert.

Neem de vergelijking met Boeddha. De schijnbare overeenkomst ligt in de oproep tot onthechting en het tonen van mededogen. Maar de basis is diametraal tegenovergesteld. Voor Boeddha is het probleem van de mens onwetendheid en begeerte. De oplossing is de uitdoving van het ‘zelf’ via het Achtvoudige Pad om aan het lijden te ontsnappen. Voor Christus is het probleem van de mens zonde: een actieve, morele opstand tegen een heilige, persoonlijke God. De oplossing is niet de uitdoving van het zelf, maar  verlossing en redding van Gods toorn door het plaatsvervangend offer van Christus en de verzoening met God door genade.

Of neem de vergelijking met Socrates en de Griekse filosofie. De overeenkomst lijkt te liggen in de zoektocht naar waarheid en deugd. Maar Socrates’ hoogste wijsheid was de erkenning dat hij niets wist. Hij stelde vragen om mensen tot zelfinzicht te brengen. Christus stelt geen vragen om de waarheid te ontdekken; Hij openbaart de waarheid met absoluut gezag en zegt: “Ik ben de Waarheid.” Griekse filosofie is de mens die tastend zijn weg zoekt naar het hogere. Christus is God Die in volmaakte helderheid naar beneden komt om Zichzelf te openbaren.

Zelfs de schijnbaar nobele ethiek van het Stoïcisme, met zijn nadruk op zelfbeheersing en innerlijke vrede, is onverenigbaar met het Evangelie. De vrede die Christus geeft, is geen product van menselijke zelfdiscipline, maar een gave die voortvloeit uit een verzoening met God de Vader, bewerkt door het bloed van het kruis. De ene vrede is gebaseerd op zelfredzaamheid; de andere op totale afhankelijkheid van de Verlosser.

Elke vergelijking faalt omdat alle andere systemen beginnen bij de mens. Ze bieden een menselijke diagnose van het probleem en een menselijke weg naar de oplossing. Alleen het Evangelie begint bij God. Het presenteert Gods diagnose (zonde als opstand tegen Hem) en Gods oplossing (de incarnatie, dood en opstanding van Zijn Zoon). De Heere Jezus biedt geen alternatieve interpretatie van de werkelijkheid; Hij Zelf is de werkelijkheid waaromheen al het andere is geschapen en zijn betekenis vindt. Een vergelijking tussen de Schepper en het schepsel is per definitie onmogelijk.

Christus’ exclusiviteit raakt elk terrein

Omdat Christus de absolute Waarheid is, strekt Zijn heerschappij zich uit over elk terrein van het bestaan. Zijn claim is absoluut, wat betekent dat er geen neutrale gebieden zijn waar een gelovige zijn denken, handelen of spreken kan vermengen met principes die uit een andere bron voortkomen. De onderwerping aan Christus is een alles-of-niets-propositie.

Dit begint in de denkwereld. De heerschappij van Christus hier betekent het besef dat er geen neutrale gedachten bestaan. Veel gelovigen benaderen kennis onbewust als een soort ontdekkingsreis, waarbij men overal waardevolle inzichten kan opdoen, uit seculiere psychologie, bedrijfsfilosofie of maatschappelijke trends en die kan toevoegen aan het geloof. De opdracht van 2 Korinthe 10:5 om “elke gedachte gevangen te nemen” is echter geen oproep tot een onbevooroordeelde ontdekking, maar tot een radicale toetsing aan de enige maatstaf: de gehoorzaamheid aan Christus.

Elke gedachte en elke theorie komt namelijk voort uit een wortel: ofwel uit een hart dat zich onderwerpt aan God, ofwel uit een hart dat dat niet doet. Daarom kan een psychologische theorie die de mens als inherent goed beschouwt en ‘zelfliefde’ als oplossing biedt, nooit worden vermengd met de Bijbelse leer van de zondeval en zelfverloochening. Een bedrijfsmodel gebaseerd op de maximalisatie van winst ten koste van alles, kan nooit samengaan met de Bijbelse oproep tot rentmeesterschap en naastenliefde.

Deze weigering om het denken te vermengen, leidt onvermijdelijk tot een moreel handelen dat eveneens exclusief en onverenigbaar is met de patronen van de wereld. De apostel Paulus presenteert de christelijke wandel niet als een verbetering van de bestaande moraal, maar als een totale vervanging. Hij roept de gelovigen in Efeze 4 op om ‘de oude mens af te leggen’, die te gronde gaat aan zijn misleidende begeerten, en ‘de nieuwe mens aan te doen’, die naar het beeld van God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.

Dit is geen oproep tot een beetje van het oude en een beetje van het nieuwe. Het is onmogelijk om de nieuwe mens ‘aan te doen’ en tegelijkertijd de kleren van de oude mens aan te houden. De christelijke wandel kan daarom geen compromis zijn tussen Bijbelse heiligheid en wereldse ethiek, of een poging om ‘christelijke principes’ toe te passen op een leven dat verder door zelfzucht wordt gedreven. De exclusiviteit van Christus eist een levenswandel die net zo exclusief is, geworteld in de nieuwe identiteit die de gelovige in Hem alleen bezit.

Deze exclusieve claim op ons denken en handelen vindt zijn climax in de absolute heerschappij van Christus over alle kennis en wijsheid. De apostel Paulus verklaart in Kolossenzen 2:3 dat in Christus “al de schatten van de wijsheid en van de kennis verborgen zijn.” De implicatie hiervan is allesomvattend: er bestaat geen legitieme, ultieme wijsheid of kennis buiten Hem om.

De gelovige zoekt zijn inzicht voor elk levensgebied niet door het beste uit twee werelden te combineren, maar door dieper te graven in de ene, onuitputtelijke Bron waarin alle schatten reeds te vinden zijn.

Geen vermenging in het Huis van God

De totale claim van Christus strekt zich met dezelfde intensiteit uit tot het collectieve leven van de gelovigen: de gemeente. De exclusiviteit die ons persoonlijk denken en handelen moet kenmerken, is evenzeer de maatstaf voor het leven van de (lokale) gemeente. De gemeente van Christus kan geen compromis sluiten met de wereld, omdat haar identiteit fundamenteel anders is. In Zijn hogepriesterlijk gebed bidt de Heere Jezus tot de Vader: 

(17) Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid. (18) Zoals U Mij in de wereld gezonden hebt, heb ook Ik hen in de wereld gezonden.

De gemeente is een volk dat door de waarheid van Gods Woord is afgezonderd van de wereld, om als een heilig lichaam te getuigen van die waarheid in de wereld.

Dit staat haaks op de voortdurende verleiding voor gemeentes en hun leiders om de scherpe randen van het geloof af te vijlen in een poging relevant, aantrekkelijk of succesvol te zijn naar de maatstaven van de wereld. Deze vermenging neemt concrete vormen aan. Prediking wordt aangepast, aanbidding wordt een ervaring die is ontworpen om de bezoeker te behagen en evangelisatie wordt een marketingstrategie.

Daarom een indringende oproep, in het bijzonder tot leiders van lokale gemeenten. De roeping van een herder en leraar is niet om de gemeente te ‘verkopen’ aan de cultuur door haar boodschap te vermengen met wereldse wijsheid, maar om de kudde te weiden met het zuivere Woord van God. De opdracht is om de gemeente te heiligen in de waarheid, ook als die waarheid confronterend en impopulair is. De gemeente is, naar het woord van Paulus, “zuil en fundament van de waarheid.

Waarom elk ander wereldbeeld faalt

Voor velen klinkt dit radicaal, wellicht fundamentalistisch en dogmatisch. Daar houden we niet van in Nederland. Maar de Schrift zelf laat geen ruimte voor een middenweg. De exclusiviteit van Christus is geen kerkelijke uitvinding, maar de logische consequentie van de Bijbelse diagnose van de mens en de wereld buiten Christus. De reden waarom elke vorm van vermenging onmogelijk en fataal is, ligt in de fundamentele gebrokenheid van elk denksysteem dat niet in God zijn oorsprong vindt.

De apostel Paulus legt deze basis in Romeinen 1. Hij stelt dat God Zichzelf duidelijk kenbaar heeft gemaakt in de schepping, zodat geen mens een excuus heeft. Het probleem is niet een gebrek aan bewijs, maar een morele opstand. Paulus schrijft in Romeinen 1:21-22: 

(21) Want zij hebben, hoewel zij God kennen, Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar zij zijn verdwaasd in hun overwegingen en hun onverstandig hart is verduisterd. (22) Terwijl zij zich uitgaven voor wijzen, zijn zij dwaas geworden,

Hier zien we de wortel van elk niet-christelijk wereldbeeld: het begint met het verwerpen van de ware God. Het gevolg is een verduisterd verstand. Men wisselde, schrijft Paulus in vers 25 “de waarheid van God in voor de leugen en hebben zij het schepsel geëerd en gediend boven de Schepper”. Elk wereldbeeld dat niet Christus als centrum heeft, is per definitie gebouwd op deze leugen.

De profeet Jesaja illustreert de dwaasheid van deze afgoderij op een bijna sarcastische manier. Hij beschrijft een man die een boom omhakt. Van de ene helft maakt hij een vuur om zich te warmen en zijn brood te bakken. Van de andere helft snijdt hij een beeld, knielt ervoor neer en bidt: “Red mij, want u bent mijn god!”. Dit is de realiteit van elke menselijke poging om buiten God om zin en redding te creëren: het is het aanbidden van iets wat we zelf gemaakt hebben en wat geen adem, kracht of leven in zich heeft. Of die afgod nu van hout is, of een filosofisch systeem, een politieke ideologie of het ‘eigen ik’, het principe blijft hetzelfde.

Daarom faalt elk ander wereldbeeld. Het is niet omdat het geen elementen van schijnbare schoonheid of ethiek kan bevatten, maar omdat zijn wortel verrot is. Wat niet uit God is, draagt geen waarheid, geen licht en geen leven in zich. Het is een bouwwerk opgetrokken uit de duisternis en het kan onmogelijk samengaan met het Licht van de wereld.

Conclusie

De totale, exclusieve claim van Jezus Christus en Zijn kruis is geen last die we met schaamte moeten dragen in een vijandige wereld. Het is de meest bevrijdende en vreugdevolle realiteit die er bestaat. De apostel Paulus, staande in het epicentrum van de heidense filosofie en Romeinse macht, verklaarde:

(16) Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek. (17) Want de gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, zoals geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

Onze schaamte verdwijnt wanneer we beseffen dat de exclusiviteit van Christus geen arrogante claim van ons is, maar de heerlijke waarheid over Hem die ons uit de duisternis heeft getrokken tot Zijn wonderbaar licht. We verheugen ons hierin, omdat het betekent dat we niet verdwaald zijn in een doolhof van menselijke meningen, maar dat we de Waarheid zelf hebben gevonden, of beter gezegd, dat Hij ons heeft gevonden.

Deze vreugde is de bron van onze vrijmoedigheid. We staan in deze waarheid en verdedigen haar met een door de Geest gewerkte overtuiging. We kunnen niet anders dan getuigen van de realiteit die ons leven volledig heeft heringericht, wetende dat de ‘dwaasheid’ die wij verkondigen de exclusieve wijsheid is die redding brengt.

Deel artikel

Artikelen en overdenkingen in je mailbox?