💡 Antwoord
De mens bestaat om God te verheerlijken en eeuwige vreugde in Hem te vinden.
💬 Gespreksleiding voor de ouder/leraar:
Dit antwoord leert ons het belangrijkste doel van ons leven. Het bestaat uit twee delen die bij elkaar horen.
1. Wat betekent het om God te verheerlijken?
‘Verheerlijken’ (of ‘eren’) betekent: God de eer geven die Hem als Schepper toekomt. Het is Hem erkennen voor wie Hij is in Zijn heiligheid en majesteit en ons hele leven op Hem richten.
Een beeld dat hierbij kan helpen is de maan en de zon. De maan heeft zelf geen licht. Al het licht van de maan is eigenlijk het licht van de zon, dat de maan naar ons terugkaatst. Zo zijn wij ook gemaakt. We zijn gemaakt om de heerlijkheid van God, Zijn goedheid, wijsheid en liefde, te laten zien in alles wie we zijn en wat we doen.
Wanneer we, in geloof, leven volgens Gods Woord en Hem liefhebben boven alles, dan tonen we Zijn heerlijkheid. Dan doen we waarvoor we gemaakt zijn. De apostel Paulus schrijft daarom in 1 Korinthe 10:31: “Of u dus eet of drinkt of iets anders doet, doe alles tot eer van God.“
2. Wat is ‘eeuwige vreugde in Hem te vinden’?
Mensen zoeken vaak vreugde in spullen die ze hebben, of in dingen die ze goed kunnen. Dit zijn gaven van God, maar de vreugde die ze geven is tijdelijk en kan teleurstellen. Maar de vreugde waar de Bijbel over spreekt, is een veel diepere en betere soort vreugde.
Het is een diepe, vaste blijdschap, niet in de gaven, maar in de Gever Zelf. Het is vreugde vinden in wie God is. Deze vreugde is ‘eeuwig’, omdat God Zelf eeuwig is.Â
De schrijver van Psalm 73 ontdekte dit. Hij zegt: “Wie heb ik behalve U in de hemel? Naast U vind ik nergens vreugde in op de aarde.” Hij had geleerd dat zelfs als alles in zijn leven moeilijk was (‘bezwijkt mijn lichaam en mijn hart’), God zijn vaste Rots was, de veilige plek voor zijn hart. Zijn diepste vreugde was niet zijn gezondheid of zijn spullen, maar zijn relatie met God Zelf. In God zijn, dat was zijn deel, voor eeuwig.
Deze twee doelen horen dus bij elkaar. We verheerlijken God door onze diepste vreugde in Hem te vinden en we vinden onze diepste vreugde als we Hem verheerlijken.
Conclusie
Ons leven heeft dus een groot en belangrijk doel, gegeven door God Zelf. Alles wat is, vindt zijn begin en doel in Hem. Zoals Romeinen 11:36 zegt: “Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.
📖 Verwijzingen
(25) Wie heb ik behalve U in de hemel? Naast U vind ik nergens vreugde in op de aarde. (26) Bezwijkt mijn lichaam en mijn hart, dan is God de rots van mijn hart en voor eeuwig mijn deel. (27) Want zie, wie zich ver van U houden, zullen omkomen; U verdelgt allen die als in hoererij U verlaten. (28) Maar wat mij betreft, het is voor mij goed dicht bij God te zijn. Ik neem mijn toevlucht tot de Heere HEERE, om al Uw werken te vertellen.
Psalm 73:25-28
Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.
Romeinen 11:36
Of u dus eet of drinkt of iets anders doet, doe alles tot eer van God.
1 Korinthe 10:31
De bovenstaande verwijzingen zijn ontleend aan de Bijbel in de Herziene Statenvertaling, © Stichting HSV 2010.
Doordenkvragen
Waarom verdient God, en niemand of niets anders, alle eer?
Deze vraag leidt het denken naar het fundament van Gods eer: Zijn karakter en positie. Het stimuleert het kind te redeneren dat Gods unieke positie als Schepper de logische en noodzakelijke basis is voor Zijn recht op alle eer.
Verwijs naar Genesis 1:1 (“In het begin schiep God…”). Stel de vervolgvraag: “Als God de Schepper is van alles, wat is dan de plaats van de mens?” (Het schepsel). Werk naar de conclusie: de Schepper is de enige die het recht heeft op alle eer van Zijn schepping. Dit is het fundamentele onderscheid tussen de Schepper en het schepsel.
Wat is het tegenovergestelde van God de eer geven?
Deze vraag leidt naar een scherpe, Bijbelse definitie van zonde. Het helpt te zien dat zonde niet zomaar ‘iets fouts doen’ is, maar ten diepste het eren van iets of iemand anders in plaats van God.
Verwijs naar het eerste en tweede gebod (Exodus 20:3-4). Het tegenovergestelde van God eren is afgoderij. Vraag vervolgens: “Wat is een afgod?” (Alles wat we in ons hart de plaats van God geven). Geef het Bijbelse voorbeeld van het gouden kalf (Exodus 32).
Het antwoord zegt dat we gemaakt zijn om God te eren ÉN om vreugde in Hem te vinden. Hoe horen die twee bij elkaar? Hoe eer je God door blij met Hem te zijn?
Dit is een kernvraag die helpt de twee delen van het antwoord als een onlosmakelijke eenheid te zien. Het doel is om te laten ontdekken dat God verheerlijken geen zware, sombere plicht is, maar juist zijn hoogtepunt vindt in de vreugde die we in Hem hebben. Het bestrijdt de leugen dat een heilig leven een leven zonder blijdschap is.
Wat gebeurt er met een mens als hij niet leeft voor zijn doel?
Deze vraag maakt de consequenties van de zonde concreet. Het helpt het leven buiten God te zien, niet als ‘vrijheid’, maar als het missen van het eigenlijke doel, wat leidt tot geestelijke leegte en onrust, zoals de Bijbel dat beschrijft.
Gebruik het Bijbelse beeld van een wijnrank en zijn ranken (Johannes 15:5). De Heere Jezus zegt: “zonder Mij kunt u niets doen.” Vraag: “Wat gebeurt er met een rank die los van de wijnstok probeert te leven?” (Hij verdort en draagt geen vrucht). Zo leidt een leven los van God tot geestelijke vruchteloosheid.
De Bijbel spreekt over 'vreugde' en wij spreken vaak over 'plezier'. Wat is het belangrijkste verschil tussen die twee?
Deze vraag stimuleert om geestelijke categorieën te onderscheiden, gebaseerd op Bijbelse voorbeelden. Het helpt om te zien wat het verschil is tussen tijdelijk plezier en blijvende vreugde in God.
Vergelijk de situatie van de verloren zoon (Lukas 15). Zet zijn ‘plezier’ in het verre land (dat opraakte en tot wanhoop leidde) tegenover de ‘vreugde’ van het feest bij zijn terugkeer in het huis van zijn vader. De eerste was gebaseerd op bezittingen, de tweede op een herstelde relatie.
Waarom kan de eeuwige vreugde waar de Bijbel over spreekt, alleen bij God gevonden worden?
Deze vraag leidt het denken naar de eigenschappen van God als de bron van vreugde. Het helpt te beseffen dat, omdat alleen God eeuwig en onveranderlijk is, Hij de enige bron kan zijn van een vreugde die ook eeuwig en onveranderlijk is.