Interpretatie en toepassing 1 Korinthe 11:1-16
Hoe wij bij Christus' Kerk Lelystad omgaan met hoofdbedekking
Er zijn drie “populaire” interpretaties en toepassingen met betrekking tot deze tekst. In dit artikel bespreken we ze en leggen we uit wat onze visie en praktijk als gemeente is met betrekking tot deze kwestie.
- De tekst is niet relevant voor ons vandaag de dag, maar alleen voor de Korinthiërs in die tijd en cultuur.
- De hoofdbedekking is het haar. De toepassing is dus dat vrouwen (relatief) lang haar moeten dragen.
- De hoofdbedekking is een fysieke hoofdbedekking en de tekst is vandaag de dag net zo relevant en biddend als in de tijd van Paulus.
1. Niet meer relevant
Deze interpretatie is gebaseerd op een veronderstelling over de betekenis van ‘overleveringen’ in vers 2 en ‘gewoonte’ in vers 16. Deze interpretatie zou enigszins stand kunnen houden als je het enkel vanuit vers 16 beargumenteert, maar dan zou je vers 2 moeten negeren. Dat is geen eerlijke manier van de Schrift benaderen.
In vers 2 prijst de apostel Paulus de gemeente in Korinthe omdat ze vasthouden aan de overleveringen zoals overgeleverd door Paulus. In vers 3 laat hij weten wat een van die tradities is Dat dit een van de overleveringen is, blijkt uit de herhaling van het werkwoord “prijs” in vers 2 en vers 17. Hetzelfde thema wordt aangehaald: hoe de gemeente de overleveringen van Paulus wel of niet volgt.
Het woord overleveringen in vers 2 is belangrijk. Het werkwoord van dit woord in het Grieks wordt vaak gebruikt voor het doorgeven van de waarheid aan de volgende generatie. In veel positieve gevallen draagt het werkwoord de kracht van doctrinaire toewijding. Denk bijvoorbeeld aan Romeinen 6:17 of 1 Korinthe 15:3. In de “negatieve” gevallen wordt verwezen naar een toewijding van iemand aan gevangenis, dood, etc. In de essentie is de betekenis van het werkwoord dat iemand niet alleen zijn verstand, maar zijn leven aan iets toewijdt. Christus heeft Zichzelf voor ons overgegeven (Galaten 2:20, Efeze 5:2; 25).
Wanneer de apostel Paulus het zelfstandig naamwoord gebruikt, heeft het betrekking op de tradities die Paulus als christen omarmt. Voor Paulus zijn deze altijd bindend voor alle discipelen. In 2 Thessalonicenzen roept Paulus de discipelen op om vast te staan en te blijven bij de overleveringen waarin zij zijn onderwezen. In 2 Thessalonicenzen 3:6 worden discipelen juist weer opgedragen afstand te nemen van iedere broeder die ongeregeld wandelen en zich niet houden aan de overleveringen van Paulus en de rest.
We kunnen hier niet lichtzinnig mee omgaan. De woorden overleveringen / tradities of gewoonte kunnen niet in de moderne Nederlandse context worden geïnterpreteerd. Onze moderne interpretatie van deze woorden gaat ervan uit dat dergelijke tradities optioneel zijn. De woorden spreken niet van een “gewoonte” of “traditie” waar je je op basis van eigen voorkeur wel of niet aan houdt, maar liggen verweven in tijdloze leer en praktijken voor de gemeente.
We verwerpen deze interpretatie dus, omdat ze gebaseerd is op een foutieve veronderstelling over de betekenis van ‘overleveringen’ in vers 2 en ‘gewoonte’ in vers 16. Daarnaast verwerpen we deze interpretatie ook, omdat we in het laatste punt van dit artikel gaan zien, dat Paulus geen argument maakt voor culturele en maatschappelijke praktijken, maar dat hij teruggaat naar de schepping.
Voorstanders van deze interpretatie suggereren ook dat het woord “natuur” in 1 Korinthe 11:14 vertaald kan worden als “cultuur” en dat Paulus hier verwijst naar wat in de cultuur van die tijd als normaal werd gezien.
Het woord φύσις (physis) wordt over het algemeen vertaald als “natuur” en verwijst naar de natuurlijke orde of aard van dingen, zoals die door God is ontworpen. Dit gaat vaak verder dan cultuur of tradities; het verwijst naar iets dat in de schepping is ingebed. In andere delen van het Nieuwe Testament, zoals Romeinen 1:26-27, gebruikt Paulus hetzelfde woord “natuur” om te spreken over de natuurlijke orde van man en vrouw, wat duidelijk niet cultureel gebonden is, maar een morele en scheppingsrealiteit beschrijft.
Paulus schrijft specifiek dat “de natuur zelf” dit leert. Dit spreekt van een ingebouwde, natuurlijke realiteit die over culturen heen reikt. De “natuur” verwijst naar hoe de schepping door God is bedoeld, waarbinnen mannen en vrouwen zich op een specifieke manier onderscheiden. Dit is duidelijk niet cultureel, maar universeel.
2. Het haar is de hoofdbedekking
Een van de meest populaire opvattingen vandaag de dag is dat de hoofdbedekking het haar van de vrouw was. Dit is gebaseerd op: “omdat het lange haar als een bedekking aan haar gegeven is.” Degenen die deze positie verdedigen, stellen dat het Griekse woord “anti” (vertaald als “als”) “in plaats van” betekent. Ze lezen de tekst als volgt: “omdat het lange haar in plaats van een bedekking aan haar gegeven is.”.
Een goede interpretatie van een zin of vers vereist dat de context van wat er gezegd wordt, de betekenis van een woord bepaalt. Het Griekse woord “anti” wordt bijvoorbeeld ook in Johannes 1:16 gebruikt. We weten dat het daar spreekt van genade “op” genade, niet: genade “in plaats van” genade.
Bovendien komt het woord hoofdbedekking niet voor in de verzen 2-14. Dus, dat het haar door Paulus in vers 15 als een hoofdbedekking wordt beschouwd, is niet noodzakelijk een argument dat het haar hetzelfde is als de hoofdbedekking die hij in deze verzen beschrijft. In de tekst verwijst Paulus naar de overeenkomsten tussen lang haar en een hoofdbedekking. Juist doordat hij dit doet, suggereert hij sterk dat de twee niet hetzelfde zijn. Precies omdat ze vergelijkbaar zijn, zijn ze niet identiek. Let op de volgende verzen.
- Vers 5 – “Iedere vrouw echter die bidt of profeteert met onbedekt hoofd, onteert haar eigen hoofd, want het is precies hetzelfde alsof zij kaalgeschoren is.”
- Vers 6 – “Want als een vrouw het hoofd niet bedekt heeft, laat zij zich dan ook maar kaalknippen. Als het echter voor een vrouw schandelijk is kaalgeknipt of kaalgeschoren te zijn, laat zij dan het hoofd bedekken.”
- Vers 7 – “Een man moet het hoofd namelijk niet bedekken…”
- Vers 10 – “Daarom moet de vrouw een teken van gezag op het hoofd hebben…”
- Vers 13 – “…is het gepast dat een vrouw met onbedekt hoofd tot God bidt?”
- Vers 15 – “Maar als een vrouw lang haar draagt, is het voor haar een eer…”
Twee observaties:
- Als het lange haar de hoofdbedekking is dan zouden alle mannen hun hoofd moeten scheren of kaal moeten zijn, omdat mannen hun hoofd onbedekt moeten hebben.
- Als het lange haar de hoofdbedekking is, dan heb je taalkundige problemen in de tekst. De tekst suggereert dan een tautologie: “als een vrouw geen lang haar wil of heeft (omdat haar hoofd onbedekt is), dan moet ze haar haar afknippen.” Dit is een onlogisch en nietszeggend argument.
Het argument dat het lange haar de hoofdbedekking is, houdt geen stand als we trouw willen blijven aan de tekst. In vers 10 wordt geschreven dat een vrouw een ‘teken van gezag’ draagt. Zo’n teken vertegenwoordigt haar onderwerping, niet haar eer. Paulus maakt niet simpelweg een punt van eer, maar juist van onderschikking.
Fysieke hoofdbedekking en relevant (onze positie)
Deze interpretatie gaat uit van drie dingen:
- dat er sprake is van een fysieke hoofdbedekking;
- dat Paulus’ argument een stevige theologische basis heeft dan simpelweg voorkeur of vorm;
- dat de hoofdbedekking zelf een essentieel onderdeel van zijn argument is.
1 Korinthe 11:3 vormt de hoeksteen van Paulus’ betoog. Zowel de scheppingsorde van God en de onderwerping van onze Heere Jezus Christus aan God de Vader, vormen het ultieme voorbeeld achter Paulus’ instructies aan de gemeente. Christus’ vrijwillige gehoorzaamheid aan de Vader (Johannes 5:18-57; Johannes 10:1-18; Filippenzen 2:5-11) is wat Paulus de kerk toe oproept om te volgen.
Galaten 3:28 leert ons dat allen één zijn in Christus, ook man en vrouw. Dit vers gaat echter niet over hoofdschap, maar over zaligmaking. De apostel Paulus maakt een krachtig punt dat het kruis niet discrimineert. Jood, Griek, slaaf, vrije, man of vrouw, allen kunnen in en door Christus Jezus vergeving van zonde ontvangen. Dit is een glorieus feit en we prijzen onze Zaligmaker daarvoor. Echter, in de schepping heb je te maken met orde, en die orde wordt niet tenietgedaan in Christus. Sterker nog, in Christus wordt juist een oproep gedaan om ons te conformeren aan de scheppingsorde van God.
We hoeven niet bang te zijn voor gezag en orde. Er zullen slechte ouders, wrede meesters, dominante echtgenoten, machtsbeluste voorgangers en goddeloze regeringen zijn tot het einde der tijden. Dat komt door de zonde, niet omdat gezag en orde slecht zijn.
Dus de allereerste reden voor fysieke hoofdbedekkingen en relevantie is vanwege de scheppingsorde. Dit is waarom Paulus sterk begint in vers 3 met “Maar ik wil dat u weet”. Paulus maakt duidelijk: dit overstijgt cultuur, aangezien het hoofdschap van de Vader eeuwig en onveranderlijk is. We mogen daarom het volgende niet missen:
- Genesis 1: de man is geschapen naar het beeld van God
- Genesis 2: de vrouw is geschapen uit de man en is de glorie van de man
- Genesis 2: de vrouw is geschapen voor de man, niet andersom
- Genesis 3: de zonde komt de schepping in
Wat zien we hier o.a.? Dit is niet simpelweg geworteld in de schepping, maar in Gods goede schepping vóór de zondeval. Hoofdschap en gezag waren Gods oorspronkelijke bedoeling. Het was geen ramp na de zondeval, maar Gods soevereine plan van vóór de zondeval.
Als deze relaties laten zien hoe onderwerping werkt zoals God dat wil, dan volgt daaruit, dat onze samenkomsten ook gevormd en gedreven dienen te worden door het Evangelie. Doen we dit niet, is dat tot onze oneer en schande.
In 1 Korinthe 11:4-6 past Paulus het Evangelie direct toe op de rol van mannen en vrouwen tijdens de samenkomsten, vooral in gebed en profetie. Paulus spreekt eerst de mannen aan. Als een man bidt of profeteert met een hoofdbedekking, onteert hij Christus. Vervolgens richt Paulus zich tot de vrouwen. Als een vrouw bidt of profeteert zonder hoofdbedekking, onteert ze zowel haar man als Christus. Onder leiding van Gods Geest schrijft Paulus dat het een schande is.
Paulus hernieuwd hun gedachten door de gemeente te richten op iets cruciaals: “hoofdschap en de heerlijkheid van God” (1 Korinthe 11:3;7;12). Dit kunnen we gemakkelijk over het hoofd zien wanneer we ons puur en alleen blindstaren op onze eigen gedachten en reactie aangaande de aard van de hoofdbedekking. Ons ultieme doel als Gods kinderen is om eer te brengen aan God.
Volgens Paulus heeft dat praktisch gezien de volgende uitwerking: De man eert en verheerlijkt God door zijn hoofd niet te bedekken, omdat het bedekken van het hoofd symboliseert dat hij niet aan Christus is onderworpen. Een man onteert Christus echter niet alleen op die wijze. Wanneer een man het toestaat dat zijn vrouw bidt of profeteert met onbedekt hoofd, dan onteert hij Christus door zich niet te onderwerpen aan de orde van God, want hij heeft zijn vrouw tussen hem en Christus geplaatst.
Aan de andere kant eert de vrouw God en brengt ze Hem glorie wanneer zij tijdens de samenkomst bidt of profeteert met haar hoofd bedekt. Daarnaast eert zij ook haar man door vreugdevol uiting te geven aan haar bevestiging van de door God geschapen orde.
Paulus refereert ook nog eens aan de engelen. Het mysterie rondom engelen is groot. De betekenis hiervan wordt niet toegelicht door Paulus, waardoor we de conclusie kunnen trekken dat de Korinthiërs begrepen waar Paulus het over had. We weten dat Paulus Timotheüs ten overstaan van God en de Heere Jezus Christus en de uitverkoren engelen bezweert (1 Timotheüs 5:21). Ook weten we dat engelen begerig zijn zich te verdiepen in het Evangelie (1 Petrus 1:12). Hoe dat zich verder verhoudt tot de samenkomsten blijft een mysterie. Een belangrijke conclusie is echter dat Paulus naar de scheppingsorde én naar engelen verwijst om zijn argument te maken. Dit leert ons nogmaals dat dit verder gaat dan simpelweg culturele en maatschappelijke praktijken en toepassing.
We zien overigens ook geen redenen om te geloven dat in onze tijd een ander symbool dan een fysieke hoofdbedekking van toepassing kan zijn. Sommigen beargumenteren dat de tekst relevant is en dat het teken ook fysiek dient te zijn, maar dat het in onze tijd een trouwring kan zijn of bescheiden kleding of zelfs de ouderlingen van de gemeente voor ongetrouwde vrouwen. Het volstaat om te zeggen dat de tekst geen ruimte biedt voor noch zo’n interpretatie, noch zo’n praktijk.
Het argument dat een fysieke hoofdbedekking bedoeld wordt en dat deze vandaag de dag van toepassing is, is door velen het moeilijkst te accepteren. Hoofdbedekkingen zijn geen populaire doctrine en hebben voor velen een negatieve associatie. Onze zorg als christenen en gemeente is niet of het populair is of waar het mee geassocieerd wordt. Onze zorgt is wat leert de Schrift? De ouderlingen van Christus’ Kerk Lelystad geloven, op basis van wat de Schrift leert, dat een fysieke hoofdbedekking vandaag de dag van toepassing is tijdens het bidden en profeteren.
Tegenstanders van deze interpretatie hebben, naast de argumenten die eerder in het artikel zijn weerlegt, nog enkele andere argumenten:
Dit komt slecht één keer voor:
Het idee is dat als een voorschrift of praktijk maar één keer in de Schrift voorkomt, het niet als bindend of universeel kan worden beschouwd. Omdat de hoofdbedekking alleen in 1 Korinthe 11 expliciet wordt genoemd en niet herhaald wordt in andere brieven of het Oude Testament, wordt dit soms gebruikt om te zeggen dat het slechts een lokaal of tijdelijk voorschrift was voor de Korinthiërs.
Een gebrek aan herhaling in andere delen van de Schrift maakt een instructie niet automatisch irrelevant of niet-bindend. In de Schrift zijn er meerdere doctrines of voorschriften die slechts één keer expliciet worden genoemd, maar die desalniettemin gezaghebbend en bindend zijn voor gelovigen. De brief van Paulus aan de Korinthiërs bevat veel universele waarheden en instructies, zoals over de liefde (1 Korinthe 13) en de opstanding (1 Korinthe 15), die niet in elke brief worden herhaald, maar toch van toepassing zijn op alle gelovigen. Zelfs als de specifieke praktijk van hoofdbedekking niet herhaald wordt in andere brieven, blijft de onderliggende boodschap – eerbied voor de scheppingsorde, onderscheiding van geslachten, en het eren van God in aanbidding – relevant en bindend.
Ontbreekt in de wet van Mozes en de rest van het Oude Testament
Het argument stelt dat omdat er geen voorschrift voor hoofdbedekking in het Oude Testament is, de praktijk van hoofdbedekking in 1 Korinthe 11 geen universele of bindende leer kan zijn voor de gemeente. Objectief gezien is dit argument niet houdbaar om de volgende redenen:
Niet alle Nieuwtestamentische voorschriften hebben directe overeenkomsten met het Oude Testament en dat is niet nodig om ze bindend te maken. De context van de eredienst in het Nieuwe Testament is anders dan die in het Oude Testament. Veel praktijken in de Nieuwtestamentische gemeente zijn nieuw of zijn aanpassingen van oude principes in een nieuwe context van de gemeente na de komst van Christus. Dit betekent dat niet elk Nieuwtestamentisch voorschrift een directe parallel in het Oude Testament hoeft te hebben om gezaghebbend te zijn.
Daarbij is het Nieuwe Testament net zo gezaghebbend als het Oude Testament. Het Nieuwe Testament bevat veel nieuwe voorschriften die specifiek zijn voor de context van de gemeente. Paulus schrijft als apostel met gezag en introduceert praktijken die in de gemeente gebruikelijk waren. De hoofdbedekking was een symbool dat paste bij de bredere apostolische traditie en de orde in de gemeente.
Paulus voegt hiermee ook niets toe aan de Mozaïsche wet of introduceert geen nieuwe “wettische verplichting” in de zin van de wetsvoorschriften die we in het Oude Testament vinden. Het is geen juk wat Paulus oplegt. Wat Paulus doet in 1 Korinthe 11 is eerder het geven van een specifieke toepassing van bredere Bijbelse principes die voortkomen uit de scheppingsorde en de verhouding tussen man en vrouw zoals God die heeft ingesteld.
Objectief gezien, op basis van de tekst zelf en de argumenten die Paulus aandraagt, is er geen Bijbelse basis om 1 Korinthe 11:1-16 niet te gehoorzamen met betrekking tot fysieke hoofdbedekking. Paulus’ instructie is geworteld in universele principes en wordt gepresenteerd als een bindende overlevering voor de gemeenten van God, zonder enige indicatie dat dit slechts een culturele of tijdelijke regel was.
Het hart van de discipel
Het hart achter dit alles is liefde, gehoorzaamheid en eerbied voor God, evenals wijsheid en nederigheid. Hoewel dit een zichtbare kwestie is, begint het in het hart.
Paulus doet een beroep op wijsheid en nederigheid. In 1 Korintiërs 11:13-15 spoort hij de gemeente aan om onderscheidingsvermogen te gebruiken wanneer hij zegt: “Oordeel bij uzelf”.
Ten tweede doet Paulus een beroep op nederigheid en de natuurlijke eenheid die daaruit voortvloeit (1 Korinthe 11:16). Wanneer Paulus zegt: “wij hebben een dergelijke gewoonte niet” bedoelt hij dat geen van de andere gemeenten samenkomen op een wanordelijke wijze wat dit onderwerp betreft.
Dus het ultieme doel van een man om zijn hoofd niet te bedekken en een vrouw om haar hoofd te bedekken bij het bidden en profeteren is om in de eerste plaats God te eren. De vrouw, door dit te doen, eert de man en respecteert wat God heeft ingesteld, wat een prachtige uiting is van een leven getransformeerd door het Evangelie. Vergeet niet dat een implicatie van de zondeval is dat zowel mannen als vrouwen zich verzetten tegen Gods scheppingsorde. Het Evangelie verandert dit in het hart van de wedergeboren discipel. Die zou zich verheugend in de geboden van God juist willen onderwerpen aan wat God heeft voorgeschreven.
De uitwerking in Christus' Kerk Lelystad
Wanneer we geconfronteerd worden met de waarheid van de Schrift, gehoorzamen we bereidwillig, omdat Gods geboden geen zware last zijn. We geloven als ouderlingen in Semper Reformanda, wat betekent dat we als gemeente altijd blijven hervormen in zowel hart als praktijk, omdat onze gedachten voortdurend vernieuwd worden door de Schrift. We zijn als gemeente niet volmaakt en blijven samen onderwezen worden door de Heere, terwijl we groeien. Nu we geconfronteerd zijn met de waarheid, willen we ons hier vreugdevol aan conformeren.
Wat dit inhoudelijk niet betekent, is dat er een “hoofdbedekkingwacht” wordt ingesteld. We hebben de praktijk onderwezen en zijn op de hoogte van wat de Schrift leert. Wat dit wel inhoudt en waar we achter staan, is dat wanneer er wordt gebeden tijdens de samenkomsten (eredienst, gebedsavond, mannen-vrouwen fellowship etc.), mannen hun hoofdbedekking verwijderen en vrouwen hun hoofd bedekken met een hoofdbedekking, zoals de Schrift leert. Dit betekent ook dat wanneer er voorbede wordt gedaan door één persoon, we dit doen in eenheid als gemeente, omdat we samen als één lichaam tot God naderen.
De geschiedenis laat zien dat vrouwen verschillende soorten hoofdbedekkingen gebruikten, zoals een doek, sjaal of band. Wij gaan niet over de exacte vorm, lengte, stof of kleur van de hoofdbedekking. We gaan daar ook geen discussies over voeren met elkaar.
Historisch gezien droegen vrouwen hun hoofdbedekking wanneer ze baden of wanneer er gebeden werd. Sommige vrouwen houden de hoofdbedekking gedurende de hele dienst op. Aangezien de Schrift specifiek spreekt over bidden en profeteren, is het niet onze voorschrift dat de hoofdbedekking gedurende de gehele samenkomst gedragen moet worden. Als je echter de overtuiging hebt om dit te doen, dan mag dat natuurlijk. Maar we veroordelen noch de zuster die ervoor kiest om het te dragen, noch de zuster die ervoor kiest om het niet de hele samenkomst te dragen.
We begrijpen dat dit een nieuw aspect kan zijn voor sommigen, en het kan weerstand oproepen. Het is belangrijk om te overdenken waarom die weerstand wordt ervaren. Als we ons verlangen richten op het verheerlijken van God met ons leven, zouden we moeten nagaan waarom we weerstand ervaren. Is wat God gebiedt niet altijd goed? Deze vraag is cruciaal om onze harten te onderzoeken en te begrijpen waarom we mogelijk weerstand ervaren tegen bepaalde geboden of principes in de Schrift.
De vraag die kan ontstaan is: “ziet God het hart niet aan?” “Moeten we er niet voor waken dat het niet om uiterlijk vertoon gaat draaien?” Het antwoord is absoluut ja! God kijkt naar het hart en we moeten ervoor waken dat we niet gaan huichelen met zichtbare praktijken. Er bestaat het risico dat iemand met een verbitterd hart haar hoofd bedekt. Er bestaat ook het risico dat een vrouw haar man niet onderdanig is, maar toch hypocriet de hoofdbedekking draagt. Beide gevallen zijn ongewenst, maar in die gevallen moeten we de wortel van het probleem aanpakken en niet negeren wat de Heere door de apostel Paulus heeft overgeleverd.
Waar we ook voor moeten waken, is dat we het hart van de praktijken scheiden. Dat God naar het hart kijkt, betekent niet dat gehoorzaamheid aan Gods geboden niets met het hart te maken heeft. God wilde van de Israëlieten een besneden hart, maar dat betekende niet dat ze het gebod om het vlees te besnijden mochten negeren. God wilde gehoorzaamheid in plaats van offers, maar dat betekende niet dat ze het brengen van offers volgens de wet konden nalaten. Wat in dit alles belangrijk was, was het hart waarmee dit gedaan werd. Geloof!
God heeft in Zijn oneindige wijsheid symbolen en fysieke verwijzingen gegeven om het verschil in de scheppingsorde weer te geven. Onze God houdt van symbolen: Hij gaf ons het smetteloze lam, het ongezuurde brood, het water in de doop, het brood en de wijn, de olijfboom, het huwelijk, de tempel, de feesten, en de lijst kan nog veel verder gaan. Elk symbool of teken werd door God gekozen met een specifiek doel, namelijk om naar een grotere werkelijkheid te wijzen. Zo ook de hoofdbedekking.
We bidden dat God ons mag blijven vormen en de vreugde zal blijven geven in het doen van Zijn wil.
De heilige kus en hoofdbedekking
Een veelgestelde vraag is waarom dit geen cultureel gebruik is en de heilige kus wel, terwijl Paulus dat ook lijkt te “gebieden”.
Paulus roept in meerdere brieven op om elkaar te groeten met een heilige kus (Romeinen 16:16; 1 Korinthe 16:20; 2 Korinthe 13:12; 1 Thessalonicenzen 5:26).
Het verschil tussen beide praktijken ligt in hun basis. De essentie van deze oproep ligt in de onderlinge verbondenheid van de gelovigen, niet in de specifieke vorm van begroeting. Daarom kan deze praktijk, afhankelijk van de cultuur, op verschillende manieren worden ingevuld zonder de onderliggende Bijbelse waarheid te verliezen.
De hoofdbedekking in 1 Korinthe 11 wordt echter niet als een cultureel gebruik gepresenteerd, maar als een symbool dat geworteld is in de scheppingsorde. Paulus onderbouwt deze praktijk met verwijzingen naar de relatie tussen man en vrouw vanaf de schepping (1 Korinthe 11:3-9) en zelfs met een verwijzing naar de engelen (vers 10). Dit laat zien dat de hoofdbedekking niet een cultureel gebruik was, maar een zichtbare uitdrukking van een diepere geestelijke orde die door God is ingesteld.
Voetenwassing en hoofdbedekking
Waarom wordt de tekst over hoofdbedekking letterlijk genomen, terwijl andere culturele aspecten in de Schrift, zoals voeten wassen, niet op dezelfde manier worden toegepast?
Voeten wassen en hoofdbedekking worden soms gezien als vergelijkbare culturele gebruiken, maar de Schrift behandelt ze op fundamenteel verschillende manieren. De Heere Jezus wast de voeten van Zijn discipelen als een demonstratie van nederigheid en roept hen op hetzelfde te doen (Johannes 13:14-15). In die tijd was dit een gangbare praktijk vanwege de stoffige wegen en open sandalen. Het gebod van de Heere Jezus richt zich niet op de handeling zelf als blijvend voorschrift, maar op de onderliggende houding van nederigheid en dienstbaarheid. Dit wordt bevestigd doordat de apostelen oproepen tot onderlinge nederige dienstbaarheid (Filippenzen 2:3-8).
Hoofdbedekking daarentegen wordt door Paulus niet gepresenteerd als een illustratie, maar als een voorschrift geworteld in de scheppingsorde. Hij onderbouwt de praktijk met universele argumenten: de door God ingestelde orde tussen man en vrouw vanaf de schepping (1 Korinthe 11:3-9), de aanwezigheid van engelen (vers 10) en de algemene praktijk binnen de gemeenten van God (vers 16). Dit maakt duidelijk dat hoofdbedekking geen tijdgebonden cultureel gebruik was, maar een zichtbare uitdrukking van een blijvend geestelijk principe. De nadruk ligt niet alleen op de gewoonte zelf, maar op de betekenis ervan binnen Gods orde.