Wie waren de eerste mensen?

💡 Antwoord

Adam en Eva waren de eerste mensen.

💬 Gespreksleiding voor de ouder/leraar:

De Bijbel leert ons heel duidelijk wie de allereerste mensen waren: Adam en Eva, rechtstreeks door God gemaakt. De Heere Jezus Zelf bevestigt dit wanneer Hij in Mattheüs 19 leert dat God in het begin de mens schiep als man en vrouw.

Sommige mensen geloven dat mensen een soort dieren zijn, die langzaam zijn ontwikkeld. Maar de Bijbel leert ons iets heel anders. We kunnen niet allebei tegelijk geloven. Als we de Bijbel vertrouwen, en we weten dat God niet liegt, dan geloven we dat God de mens op een heel bijzondere manier heeft gemaakt. Wij zijn geen dieren, wij zijn naar Gods beeld geschapen.

De Bijbel beschrijft hun unieke schepping. God vormde Adam, de eerste man, uit het stof van de aarde. Daarna blies God de levensadem in Adam. Zo werd Adam een levend wezen. Vervolgens schiep God Eva, de eerste vrouw. Hij deed dit niet opnieuw uit het stof, maar Hij nam Eva uit de zij van Adam en bouwde haar daaruit. Zo liet God zien dat man en vrouw bij elkaar horen.

God plaatste Adam en Eva samen in de hof van Eden, om daar te leven en die te onderhouden in Zijn aanwezigheid.

📖 Verwijzingen

toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen.

(21) Toen liet de HEERE God een diepe slaap op Adam vallen, zodat hij in slaap viel; en Hij nam een van zijn ribben en sloot de plaats ervan toe met vlees. (22) En de HEERE God bouwde de rib die Hij uit Adam genomen had, tot een vrouw en Hij bracht haar bij Adam. (23) Toen zei Adam: Deze is ditmaal been van mijn beenderen, en vlees van mijn vlees! Deze zal mannin genoemd worden, want uit de man is zij genomen.

Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.

De bovenstaande verwijzingen zijn ontleend aan de Bijbel in de Herziene Statenvertaling, © Stichting HSV 2010.

Doordenkvragen

Wat is het belangrijkste verschil tussen de manier waarop God de mens maakte (Genesis 2:7) en de manier waarop Hij de dieren maakte (Genesis 1:24-25)?

Deze vraag verankert de fundamentele waarheid van de les: de mens is uniek en staat categorisch boven de dieren, gebaseerd op de unieke scheppingshandeling van God.

Hulp voor het gesprek: Focus op twee dingen uit Genesis 2:7.

  1. God ‘vormde’ de mens persoonlijk, als een pottenbakker met klei.

  2. God ‘blies de levensadem’ in Adam. Dit is een intieme, persoonlijke daad die we niet lezen bij de schepping van de dieren.

Deze vraag leidt naar de theologische betekenis van Eva’s unieke schepping. Het legt de basis voor het begrijpen van de eenheid, gelijkwaardigheid en complementariteit van man en vrouw in Gods plan.

Verwijs naar de reactie van Adam zelf in Genesis 2:23: “Deze is ditmaal been van mijn beenderen en vlees van mijn vlees!”. Dit toont hun eenheid en gelijkwaardigheid; ze zijn van hetzelfde wezen gemaakt.

Deze vraag toont aan dat de historiciteit van Genesis niet losstaat van het Nieuwe Testament. Het verbindt de eerste zonde met de noodzaak van een Verlosser en laat zien dat het hele Bijbelse verhaal staat of valt met een echte Adam.

Verwijs naar 1 Korinthe 15:22: “Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levendgemaakt worden.” Vraag: “Als de eerste Adam nooit echt heeft bestaan en nooit echt heeft gezondigd, waarom hadden we dan een tweede Adam (Jezus Christus) nodig om ons te redden van de dood en de zonde?” Het Evangelie is het antwoord op het probleem dat bij de historische Adam begon.