In deze preek wordt stilgestaan bij de verhouding tussen de Heilige Geest en het Woord van God. De Schrift is niet voortgekomen uit menselijke wil, maar is door de Geest gegeven en draagt daarom goddelijk gezag. Woord en Geest zijn onderscheiden, maar onafscheidelijk. De Geest wordt niet gezocht buiten de Schrift om en de Schrift wordt niet vruchtbaar behandeld zonder de Geest. Ook vóór de sluiting van de canon leefde Gods volk bij het reeds gegeven en vastgelegde Woord dat als norm functioneerde. In het leven van gelovigen werkt de Geest doorgaans door het geschreven Woord om wedergeboorte, heiliging, standvastigheid en leiding te geven.
Kernpunten van de preek
- De Schrift komt niet uit de mens, maar uit de Heilige Geest en heeft daarom goddelijk gezag.
- Woord en Geest zijn onderscheiden, maar onafscheidelijk in Gods handelen met Zijn volk.
- Wedergeboorte en heiliging worden door de Geest gewerkt door middel van het Woord van de waarheid.
- In het Oude Testament spreekt God ordelijk en laat Hij Zijn openbaring vastleggen zodat het volk leeft bij een toetsbare norm.
Geciteerde Schriftgedeelten
2 Petrus 1:20-21 | 2 Timotheüs 3:16-17 | 1 Petrus 1:22-23 | Jakobus 1:18 | Johannes 17:17 | 2 Thessalonicenzen 2:13-17 | Exodus 24:1-4 | Deuteronomium 31:24-26 | Jeremia 36:2 | Jozua 1:6-8 | 1 Thessalonicenzen 1:5 | Joël 2 | Handelingen 2 | Handelingen 2:42