Wanneer apologetiek Christus en Zijn kruis uit het oog verliest
maar heilig God, de Heere, in uw hart; en wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en ontzag.
1 Petrus 3:15
Wie de hedendaagse christelijke wereld observeert, kan er niet omheen: apologetiek, de verdediging van het geloof, is populairder dan ooit. Blogs, podcasts en YouTube-kanalen gewijd aan het onderwerp schieten uit de grond. Debatten met atheïsten, moslims en sceptici trekken een groot publiek. Op het eerste gezicht lijkt dit een bemoedigende ontwikkeling. Er wordt een intellectueel front gevormd tegen het oprukkende secularisme en het alles-relativerende postmodernisme, wat de indruk wekt van een verdediging van de waarheid.
Maar wie nauwkeuriger luistert en dieper kijkt, bemerkt onder de oppervlakte van logische argumenten en culturele kritiek een verontrustende trend. Er is een vorm van apologetiek gaande waarin het winnen van het debat belangrijker lijkt dan het winnen van de zondaar. Een verdediging van het ‘christendom’ als een conservatief waardensysteem of een superieure filosofie, waarin de Persoon en het werk van de Heere Jezus Christus niet langer het onmisbare middelpunt en het uiteindelijke doel zijn.
Dit roept de vraag op: Wanneer verliest apologetiek de Heere Jezus en Zijn kruis uit het oog en wordt het, ondanks alle schijn van orthodoxie, een krachteloze praktijk die zijn Bijbelse doel mist?
Wat is apologetiek?
Voordat we kunnen vaststellen waar de moderne apologetiek Christus en Zijn kruis uit het oog verliest, moeten we vanuit de Schrift definiëren wat ware apologetiek is. De apostel Petrus legt de basis in zijn bekende oproep:
maar heilig God, de Heere, in uw hart; en wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en ontzag.
1 Petrus 3:15
Deze tekst onthult meerdere onmisbare elementen.
- Ten eerste, de voorwaarde: “heilig God, de Heere, in uw hart“. Bijbelse apologetiek begint niet met externe argumenten, maar met de interne onderwerping aan de heerschappij van Christus. Als Hij niet de onbetwiste Heer van ons eigen hart is, zal Hij ook niet het doel van onze verdediging zijn.
- Ten tweede, de definitie: het afleggen van “verantwoording” (Grieks: apologia) van de “hoop die in u is“. Let wel, we verdedigen niet primair een reeks leerstellingen, maar een levende, in ons wonende hoop: de zekerheid van de vergeving van zonden en de belofte van de opstanding ten eeuwigen leven, enkel op grond van het werk van de Heere Jezus Christus.
- Ten derde, de houding: “met zachtmoedigheid en eerbied“. Dit is de kracht van iemand die ontzag heeft voor God en tegelijkertijd de vraagsteller, als mens geschapen naar Gods beeld, respecteert.
Het is hierbij cruciaal om te begrijpen dat Petrus deze opdracht niet geeft in de context van een academisch debat, maar te midden van lijden en vijandigheid. De verzen direct ervoor en erna spreken over het lijden ter wille van de gerechtigheid en het hebben van een goed geweten en een goede levenswandel. De apologia is dus geen offensief dat wij starten, maar een antwoord op vragen die voortkomen uit een leven dat gewijd is aan God. Een leven van heiligheid en hoop dat zo onbegrijpelijk is voor de wereld, vooral wanneer het standhoudt onder druk, dat het vragen oproept.
Hoe apologetiek Christus verliest
Nu we een Bijbels beeld hebben van ware apologetiek, kunnen we de manieren identificeren waarop de praktijk hiervan afwijkt en uiteindelijk Christus uit het oog verliest. Deze verschuiving wordt vaak gedreven door diepliggende motieven die vaak onbewust ons doel en onze methode beïnvloeden.
Aan de basis van veel ‘Christus-loze’ apologetiek ligt de angst om als christenen cultureel irrelevant te worden, onze maatschappelijke positie te verliezen of intellectueel niet serieus genomen te worden. Vanuit deze angst wordt apologetiek een project om de ‘christelijke beschaving’ te redden in plaats van een missionaire opdracht om zielen te winnen.
Dit wordt concreet zichtbaar wanneer het gesprek niet meer gaat over zonde en genade, maar over de vermeende superioriteit van ‘Joods-christelijke waarden’ voor de samenleving. De apologeet probeert dan aan te tonen dat de maatschappij er beter van wordt als we deze waarden behouden. De oproep is dan niet: “Bekeer u en geloof het Evangelie” maar: “Keer terug naar de normen die onze cultuur groot hebben gemaakt.”
Een andere uiting van deze angst is de drang naar intellectuele respectabiliteit. Men wil een ‘geloofwaardige gesprekspartner’ zijn in de seculiere academie. Om dit te bereiken, wordt de aanstoot van het Evangelie vaak weggeschuurd. Men focust op ‘common ground’, zoals argumenten voor het bestaan van een generieke ‘God’ of een objectieve moraal, maar de exclusiviteit van de Heere Jezus als de énige Weg, de realiteit van Gods toorn over de zonde en de noodzaak van de wedergeboorte worden vermeden. De vrees om als dom of fundamentalistisch gezien te worden, leidt tot een evangelie zonder kracht.
Naast angst is er een andere, meer subtiele drijfveer die apologetiek van Christus kan vervreemden. Het is een onbewuste vorm van trots, die zich vaak vermomt als ijver voor de waarheid. Het gevaar ontstaat wanneer ons vertrouwen verschuift van de inherente kracht van het Evangelie, naar de kracht van onze eigen argumentatie. We willen het geloof zo effectief mogelijk verdedigen, maar lopen daarbij het risico dat de methode belangrijker wordt dan de Boodschap.
Onbedoeld wordt apologetiek dan een soort intellectuele sport. Het doel wordt, vaak zonder dat we het zelf doorhebben, het winnen van de wedstrijd. Deze innerlijke verschuiving heeft direct gevolg voor onze houding. De zachtmoedigheid en eerbied waar Petrus toe oproept, maken plaats voor een competitieve toon. Het tragische is dat deze aanpak, die misschien begint met de oprechte wens om het geloof te verdedigen, uiteindelijk de genadige en nederige Zaligmaker verbergt achter de schaduw van een bekwame, maar onbewust trotse, verdediger.
Fatale aanname
Deze innerlijke drijfveren van angst en trots leiden onvermijdelijk tot een vertekende aanpak in de praktijk. Een van de meest fundamentele fouten die hieruit voortvloeit, is het hanteren van een on-Bijbels mensbeeld. Dit leidt tot een apologetiek die de werkelijke geestelijke toestand van de toehoorder negeert.
Veel apologeten benaderen de onbekeerde mens alsof hij een neutrale, onbevooroordeelde rechter is die, na het wegen van de argumenten, tot een objectief oordeel kan komen. Dit is een volstrekt on-Bijbels mensbeeld. De Schrift leert ons dat het fundamentele probleem van de zondaar niet zijn intellect is, maar zijn wil. De Heere Jezus Zelf stelt de diagnose in Johannes 3:
En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liefgehad, meer dan het licht, want hun werken waren slecht.
Johannes 3:19
De afwijzing van de waarheid is een morele keuze, geworteld in een liefde voor de zonde.
De apostel Paulus werkt dit verder uit door de toestand van de natuurlijke mens te beschrijven als een van actieve vijandschap en geestelijke onmacht. In Efeze 4:18 staat:
verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven dat uit God is, door de onwetendheid die in hen is, door de verharding van hun hart.
Efeze 4:18
De onwetendheid is dus geen leegte die wij kunnen vullen met informatie; het is het gevolg van een morele verharding. Sterker nog, het denken van de onbekeerde “is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet”, schrijft Paulus in Romeinen 8:7.
Deze Bijbelse diagnose heeft immense gevolgen voor onze apologetiek. Als “de natuurlijke mens de dingen van de Geest van God niet aanneemt, want ze zijn voor hem dwaasheid” en hij ze niet kan leren kennen omdat ze geestelijk beoordeeld worden, wat is dan het doel van onze redeneringen?
Door de zondaar als een neutrale rechter te behandelen, plaatsen we hem op een troon die hem niet toekomt. We ontkennen de diepte van zijn verdorvenheid en de absolute noodzaak van het werk van de Heilige Geest. Bijbelse apologetiek erkent dat alleen de Geest de schellen van de ogen kan doen vallen en een hart van steen kan veranderen in een hart van vlees.
Valse resultaten van Christusloze apologetiek
Een methode die geworteld is in angst en trots en die Christus uit het oog verliest, kan onmogelijk de vruchten voortbrengen die God bedoeld heeft. De resultaten van een Christus-loze apologetiek mogen er aan de oppervlakte indrukwekkend uitzien, maar zijn geestelijk gezien leeg en zelfs schadelijk.
Het meest zichtbare, en misschien wel meest bedrieglijke, resultaat is de creatie van een theïstisch maar onbekeerd publiek. Een apologeet kan met succes de logische gaten in het atheïsme blootleggen en een toehoorder overtuigen van het bestaan van een ‘Hogere Macht’. Maar deze intellectuele overwinning is een geestelijke nederlaag. De persoon is geen stap dichter bij redding, want een geloof in een anonieme God, zonder confrontatie met de eigen zonde en noodzaak tot bekering en geloof, is geen reddend geloof. Jakobus leert ook:
U gelooft dat God één is; daar doet u goed aan. Maar ook de demonen geloven dit, en zij sidderen.
Jakobus 2:19
Omdat de boodschap de heiligheid van God en de ernst van de zonde heeft vermeden, is de noodzaak van genade volledig afgeschaft. Het risico is dat de toehoorder denkt te weten wat het christelijk geloof inhoudt, terwijl hij het wezenlijke niet heeft gehoord.
Dit effect op de toehoorder is een directe spiegel van de toestand van de apologeet zelf. Het resultaat is de opkomst van zelfverzekerde verdedigers zonder geestelijke vrucht. Door te vertrouwen op de eigen intellectuele kracht, ontwikkelt de apologeet een geest van zelfvertrouwen in plaats van afhankelijkheid van de Heilige Geest. De vrucht van de Geest, liefde, geduld, zachtmoedigheid, wordt ingeruild voor de vrucht van het debat: twist, arrogantie en de drang om te winnen.
Deze innerlijke houding van zelfvertrouwen leidt ten slotte onvermijdelijk tot het verlies van afhankelijkheid van Gods Woord als gezaghebbende grond. Wanneer de maatstaf voor waarheid wordt wat acceptabel is voor de seculiere rede, wordt de Schrift subtiel gedegradeerd van de onfeilbare openbaring van God tot een bron van data die verdedigd moet worden met externe argumenten. De apologeet vertrouwt niet langer op het Woord als het tweesnijdende zwaard van de Geest dat harten doorboort, maar op zijn eigen vermogen om het aannemelijk te maken.
Ware gehoorzame apologetiek
Als de moderne apologetiek vaak een dwaalweg is, wat is dan de juiste weg? Het antwoord is een terugkeer naar de fundamenten die de Schrift geeft. Ware, gehoorzame apologetiek wordt gekenmerkt door een heroriëntatie van ons middelpunt, ons fundament, ons doel en onze roeping.
Allereerst moet Christus het onbetwiste middelpunt zijn van elke verdediging. De apostel Paulus vatte zijn hele bediening samen met de woorden:
Hem verkondigen wij, terwijl we ieder mens terechtwijzen, en ieder mens onderwijzen in alle wijsheid, opdat wij ieder mens volmaakt zouden stellen in Christus Jezus.
Kolossenzen 1:28
Het doel is niet primair om een wereldbeeld te verdedigen, maar om een Persoon te verkondigen. Elke vraag, elk argument en elk debat moet een gelegenheid zijn om te wijzen op de heerlijkheid, de noodzaak en de toereikendheid van Christus.
Dit Christus-gerichte middelpunt kan alleen standhouden als het rust op de Schrift als het enige onwankelbare fundament en de enige bron van ware wijsheid. Paulus herinnert Timotheüs in 2 Timotheüs 3:15 dat de heilige Schriften hem “wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof dat in Christus Jezus is“. Gods Woord is niet slechts een databron die we gebruiken om onze argumenten te staven; het is het levende en krachtige Woord van God, geïnspireerd door de Geest en in staat om een mens volledig toe te rusten tot elk goed werk. Ware apologetiek vertrouwt op de inherente kracht van de Schrift zelf om harten te overtuigen en levens te veranderen.
Wanneer Christus het middelpunt is en de Schrift het fundament, wordt het doel van onze apologetiek vanzelfsprekend bekering, niet intellectuele instemming. We zoeken een gebroken hart dat zich in berouw tot God keert. We verdedigen het geloof niet om de toehoorder te laten concluderen dat het christendom ‘interessant’ of ‘plausibel’ is, maar om hem te confronteren met de oproep van het Evangelie: “Bekeer u en geloof.” Dit verandert onze hele benadering van een debat naar wat Paulus schrijft aan de Korinthiërs:
Wij zijn dan gezanten namens Christus, alsof God Zelf door ons smeekt. Namens Christus smeken wij: laat u met God verzoenen.
2 Korinthe 5:20
Deze roep tot bekering is onlosmakelijk verbonden met de inhoud van wat wij geloven. Een inhoud die we nooit mogen verbergen of verzachten uit angst om als dwaas te worden gezien. We moeten diep beseffen wat we getuigen: dat een soevereine God hemel en aarde heeft geschapen uit het niets; dat deze God mens is geworden in de Persoon van Zijn Zoon, Jezus Christus; dat deze God-mens een schandelijke dood stierf aan een Romeins kruis om de schuld van zondaars te betalen; en dat Hij op de derde dag lichamelijk is opgewekt uit de dood, waarmee Hij de zonde en de dood heeft overwonnen.
In de ogen van de wereld is dit geen redelijk verhaal. Het is, zoals de apostel Paulus schrijft; “een struikelblok en dwaasheid“.
wij echter prediken Christus, de Gekruisigde, voor de Joden een struikelblok en voor de Grieken een dwaasheid.
1 Korinthe 1:23
Apologetiek die probeert deze aanstoot weg te nemen door zich enkel te richten op wat rationeel en respectabel is, verliest zijn kracht. Want Paulus maakt duidelijk:
Want omdat, in de wijsheid van God, de wereld door haar wijsheid God niet heeft leren kennen, heeft het God behaagd door de dwaasheid van de prediking zalig te maken hen die geloven.
1 Korinthe 1:21
Conclusie
De conclusie van dit alles moet ons brengen tot eerlijk zelfonderzoek en een terugkeer naar de eenvoudige gehoorzaamheid aan Christus. Het is een oproep aan iedere gelovige die zich bezighoudt met de verdediging van het geloof. We moeten onze drijfveren en onze methoden toetsen aan de hand van de Schrift. Waarom doe ik wat ik doe? Word ik gedreven door angst voor de wereld of door liefde voor de verlorene? Verlang ik naar de eer van mijn eigen intellect, of naar de eer van Christus alleen? Heb ik een (on)Bijbels mensbeeld?
Hierbij moeten we in het bijzonder letten op de opdracht uit 2 Korinthe 10:5:
Want wij breken valse redeneringen af en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, en wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot de gehoorzaamheid aan Christus,
2 Korinthe 5:10
On-Bijbelse apologetiek is vaak gefocust op de eerste helft: “wij breken valse redeneringen af“. Men geniet van de afbraak van de bolwerken van de tegenstander. Maar de ware vreugde ligt niet in het puin van een omvergeworpen argument. Het doel van de afbraak is de opbouw die erop volgt: “…en wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot de gehoorzaamheid aan Christus.“
Werkelijke gehoorzaamheid aan Christus is onderwerping van het menselijk denken aan Zijn heerschappij. Het is de vernieuwing van het denken waar de apostel Paulus over spreekt in Romeinen 12. Een gehoorzame gedachte is er een die de wereld, de geschiedenis en de eigen levensomstandigheden niet langer interpreteert door een seculiere of autonome bril, maar door de lens van de Schrift. Het is het hebben van de “gezindheid van Christus Jezus“.
Het uiteindelijke doel van alle ware apologetiek is het tot stand brengen van deze totale en levende onderwerping aan de Persoon van Christus, waarin een mens zijn door God gegeven doel en vrede vindt.
Dit vraagt om het neerleggen van ons vertrouwen in scherpzinnigheid en het volledig vertrouwen op de kracht van God, die werkt door Zijn Woord en Geest. We moeten durven vertrouwen en staan op de ‘dwaasheid’ van het kruis. De wereld mag onze boodschap belachelijk vinden, maar het is de enige boodschap die zielen kan redden.
Laat onze apologetiek daarom een liefdevol en gehoorzaam getuigenis zijn, om in alles te wijzen op Hem die alleen kan en wil redden: de Heere Jezus Christus, aan Wie alle gehoorzaamheid toekomt.
(1) En ik, broeders, toen ik bij u kwam, ben niet gekomen om u met voortreffelijkheid van woorden of van wijsheid het getuigenis van God te verkondigen, (2) want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd.
1 Korinthe 2:1-2
Deel artikel