In deze preek over Romeinen 9:25-29 wordt stilgestaan bij de soevereine genade van God Die zowel heidenen als een gelovig overblijfsel uit Israël tot Zijn volk roept. Paulus onderbouwt vanuit de profeten Hosea en Jesaja dat het behoren tot Gods volk niet afhangt van etnische afkomst of menselijke verdienste, maar volledig berust op Gods roepende ontferming over mensen die oorspronkelijk buiten het verbond stonden.
Kernpunten van de preek
- Gods ontferming overstijgt etnische grenzen, waardoor Hij ook mensen uit de heidenen een nieuwe identiteit als Zijn kinderen schenkt.
- Het behoren tot Gods volk is het resultaat van Gods soevereine en roepende genade.
- Gods oordeel over menselijke ontrouw sluit Zijn genadige herstel niet uit, daar Hij Zelf voorziet in een gelovig overblijfsel.
- De bewaring en redding van de mens uit het oordeel vindt haar oorsprong uitsluitend in Gods initiatief en ontferming.
- Wie door God tot Zijn volk is geroepen, behoort de levende God toe en is geroepen tot een leven van navolging en zelfverloochening.
Geciteerde Schriftgedeelten
Romeinen 9:25-29 | Romeinen 9:24 | Hosea 1:6-11 | Hosea 2:22 | Romeinen 9:15 | Efeze 2:11-12 | Jesaja 10:5 | Jesaja 10:20-23 | Romeinen 11:5 | Jesaja 1:9 | Lukas 9:23