In deze preek over 2 Petrus 1:5-7 wordt stilgestaan bij de oproep om zich met alle inzet toe te leggen op de vorming van christelijk karakter. Petrus fundeert deze aansporing in wat God door Zijn kracht al aan gelovigen heeft geschonken en maakt daarmee duidelijk dat Gods genade en menselijke verantwoordelijkheid niet tegenover elkaar staan. Vanuit het ontvangen geloof moeten deugd, kennis, zelfbeheersing, volharding, godsvrucht, broederliefde en liefde daadwerkelijk aanwezig zijn en toenemen. Geestelijke groei vraagt om bewuste toewijding, discipline en gehoorzaamheid, waarbij niet christelijke activiteit maar een leven dat steeds meer overeenkomt met Christus de maatstaf vormt.
Kernpunten van de preek
- God heeft de gelovige alles geschonken wat nodig is voor leven en godsvrucht.
- Gods werk vormt de grond voor de oproep om zich met alle inzet toe te leggen op geestelijke groei.
- Christelijke volwassenheid bestaat uit de vorming van karakter, niet alleen uit geestelijke activiteiten.
- Deugd, kennis en zelfbeheersing brengen geloof tot uitdrukking in een leven dat door Gods waarheid wordt bestuurd.
- Volharding en godsvrucht betekenen trouw blijven onder druk en bewust leven voor het aangezicht van God.
- Broederliefde en liefde behoren wezenlijk tot het karakter van iemand die Christus volgt.
- Groei in deze eigenschappen maakt zichtbaar dat de kennis van Christus daadwerkelijk vrucht draagt in het leven.
Geciteerde Schriftgedeelten
2 Petrus 1:1-12 | 2 Petrus 3:11-18 | Romeinen 10:2 | Filippenzen 4:8 | Galaten 5:23 | Handelingen 24:25 | 1 Korinthe 9:25 | Titus 2:2-6 | Titus 2:11-12 | Johannes 13:34-35 | Romeinen 12:10 | 1 Thessalonicenzen 4:9-10 | Hebreeën 13:1 | 1 Petrus 1:22 | 1 Johannes 2:10-11 | 1 Johannes 3:10, 14, 16 | 1 Johannes 4:20 | 1 Korinthe 13:4-8 | Mattheüs 5:44